Speel gratis

Thema Gespreksvragen over geloof voor kinderen

Praten over geloof begint vaak met een goede vraag. Deze vragen gaan over God, verhalen uit de Bijbel en bidden, in woorden die passen bij de leeftijd van je kind. Bij elke vraag staat een bijbeltekst die je samen kunt lezen.

Gratis, zonder account, ook in het Engels en Hongaars.

Voorbeeldvragen

2-4peuterPeuters

  1. Wie heeft de dieren gemaakt?

    Lees samen: Genesis 1:20-25

  2. Noem eens iets wat God gemaakt heeft!

    Lees samen: Psalm 104:24

  3. Wat zeg jij tegen God voor het slapen?

    Lees samen: Psalm 121:3-4

  4. Hoe zorg jij voor een dier, net als Noach?

    Lees samen: Genesis 6:19-22

  5. Jezus maakte de storm stil. Hoe klinkt een storm? Doe eens na!

    Lees samen: Marcus 4:37-41

  6. De wijzen volgden een ster. Waar wil jij een ster naartoe volgen?

    Lees samen: Matteüs 2:1-2

  7. Wie heeft jou gemaakt?

    Lees samen: Psalm 139:13-14

  8. Jezus maakte een blinde man beter. Waar kijk jij het liefst naar?

    Lees samen: Marcus 10:46-52

4-6kleuterKleuters

  1. Waar ben jij God vandaag dankbaar voor?

    Lees samen: Psalm 136:1

  2. Wat vind jij het mooiste dat God gemaakt heeft?

    Lees samen: Genesis 1:31

  3. Waar denk jij aan als je een regenboog ziet?

    Lees samen: Genesis 9:12-17

  4. Hoe groot denk jij dat God is?

    Lees samen: Jesaja 40:12

  5. Hoe klonk het toen de engelen zongen voor de herders? Zing eens!

    Lees samen: Lucas 2:13-14

  6. Wat zou jij doen als je Jezus op straat tegenkwam?

    Lees samen: Lucas 24:13-16

  7. Jona wilde eerst niet luisteren naar God. Wanneer vind jij luisteren moeilijk?

    Lees samen: Jona 1:1-3

  8. Jezus was ook een kind. Wat speelde hij, denk jij?

    Lees samen: Lucas 2:40

6-8groep 3-4Groep 3 en 4

  1. Als je God één vraag mocht stellen, wat zou je dan vragen?

    Lees samen: Jeremia 33:3

  2. Wat zou jij gezegd hebben als je Zacheüs in de boom zag zitten?

    Lees samen: Lucas 19:5-10

  3. Welk lied uit de kerk of van school zing jij soms in je hoofd?

    Lees samen: Kolossenzen 3:16

  4. Hoe voelde de vader zich toen de verloren zoon terugkwam, denk jij?

    Lees samen: Lucas 15:20-24

  5. Wat is volgens jou het verschil tussen bidden en praten?

    Lees samen: Matteüs 6:7-9

  6. Wanneer voel jij je dankbaar, ook als het tegenzit?

    Lees samen: 1 Tessalonicenzen 5:16-18

  7. Als God jou een opdracht gaf, wat zou dat zijn, denk jij?

    Lees samen: Jesaja 6:8

  8. Wie heeft jou iets over God geleerd, en wat?

    Lees samen: 2 Timoteüs 1:5

8-10groep 5-6Groep 5 en 6

  1. Wat denk jij dat Jozef voelde toen zijn broers hem verkochten?

    Lees samen: Genesis 37:23-28

  2. Hoe kun jij deze week iemand helpen zonder dat diegene het merkt?

    Lees samen: Matteüs 6:3-4

  3. Wie is jouw naaste, denk jij?

    Lees samen: Lucas 10:29-37

  4. Wat zou jij gedaan hebben als je in de boot zat tijdens de storm?

    Lees samen: Matteüs 8:23-27

  5. Wat zou jij aan Paulus willen vragen over zijn reizen?

    Lees samen: 2 Korintiërs 11:25-27

  6. Waarom is de zondag voor ons een bijzondere dag?

    Lees samen: Psalm 118:24

  7. Wat is moeilijker: sorry zeggen of vergeven? Waarom?

    Lees samen: Kolossenzen 3:13

  8. Wat kun jij delen met mensen die het minder hebben?

    Lees samen: Hebreeën 13:16

10-12groep 7-8Groep 7 en 8

  1. Wat betekent geloven voor jou, in je eigen woorden?

    Lees samen: Hebreeën 11:1

  2. Wat zou Jezus doen als hij vandaag in onze stad woonde?

    Lees samen: Matteüs 9:35-36

  3. Waarom denk jij dat Jezus aan het kruis wilde gaan?

    Lees samen: Jesaja 53:4-6

  4. Hoe kun jij je talenten gebruiken voor anderen?

    Lees samen: 1 Petrus 4:10

  5. Wat kun jij leren van de manier waarop Jezus met kritiek omging?

    Lees samen: 1 Petrus 2:23

  6. Wat kun jij deze maand doen voor mensen die het moeilijk hebben?

    Lees samen: Matteüs 25:35-40

  7. Wat zou jij doen als je een week lang alles deed zoals Jezus?

    Lees samen: 1 Johannes 2:6

  8. Wat is voor jou deze week een teken van Gods liefde geweest?

    Lees samen: Klaagliederen 3:22-23

Zo haal je er het meeste uit

  1. 1

    Stel één vraag tegelijk

    Geef iedereen de tijd. Een stilte betekent vaak dat er nagedacht wordt.

  2. 2

    Doe zelf ook mee

    Kinderen vertellen makkelijker als jij ook iets van jezelf laat zien.

  3. 3

    Laat de dobbelsteen kiezen

    In de app tik je op de dobbelsteen en krijg je een vraag die past bij het thema en de leeftijd.

Klaar om te gooien?

Pak de telefoon, kies jullie thema's en leg hem op tafel.

Speel met deze vragen